Fit versus topfit

18-12-2015 //

Ik was 15 en deed een Cooper test op school. Sporten was nooit echt ‘een ding’ geweest in m’n leven. Ik had wat gebasketbald en gehandbald, er vloog iets ronds rond in ieder geval, maar ik stond vierkant op de middenstip me af te vragen wat mijn betekenis binnen dit team kon zijn. Door Jo van Berkum.

Ik zat liever achter een schetsblok m’n ideale wereld te tekenen. Sporten kostte ook geld en alleen daarom al vond m’n vader het overbodig als onderdeel van de opvoeding en het opgroeien. Hoezo sporten? Dat was om naar te kijken, op de bank hangend, terwijl je de Croky Chips van zak naar mond bracht. De enige manier waarop je je hartslag verhoogde was als je ‘jaaaaaaaa, wat mooi he’ riep als iemand een topprestatie behaalde. Armharen overeind en kippenvel. Maar als ik alleen maar kippenvel had willen krijgen, was ik wel een kip geworden.
Ik had de oudste gympies van de Bata (kent iemand van jullie dat uberhaupt nog?) en de minst trendy sportoutfit (te vaak gewassen djokking broek waar je ook zo nu en dan in sliep en een geel shirt met groot logo van de plaatselijke bakker Kadet), maar ach: wat boeide ‘t? Zo was het gewoon. Toen.

Epiphany

De Cooper test vond plaats op een zonnige middag in mei. Ik moest opeens zoveel mogelijk rondjes om de Sloterplas lopen met m’n klagende klasgenoten (vermoeiiiiiiiiend) en na de eerste 300 meter gebeurde er iets met me. Tegenwoordig noemen we dat een epiphany (VERSCHRIKKELIJK woord!), toen kon ik er geen enkel woord voor vinden, behalve ‘iets’. Ik liep. En ik liep. En ik liep. Tijd of aantal rondjes, het maakte wel iets prestatiegerichts in me wakker, maar het was meer. Er gebeurde iets in m’n hoofd en in m’n hart. Ik voelde een licht, gelukzalig, allesoverheersend positief gevoel waardoor ik na iedere stap een beetje gelukkiger werd. Na de finish vertelde ik het nog aan niemand, ik moest eerst eens uitvogelen wat en wie ik nou precies tegengekomen was onderweg. Naast (Kenneth H.) Cooper dan.

Ouwe stinkies

De volgende dag trok ik opnieuw m’n ouwe stinkies aan en vanaf toen veranderde er iets in m’n leven dat nu 30 jaar later nog steeds een groots element in m’n leven is. Lopen. Hardlopen. Gewoon zomaar. Kilometers lang. Heel vaak maar 5 kilometer. Naar een race toe veel meer. Ik liep als ik gelukkig was en genoot van het moment waarop beide voeten in de lucht waren, al was het maar 1/10 van een seconde. Ik was los, vrij, licht, alleen, ik was daar waar ik zijn moest. Ik liep ook als ik ongelukkig was en herstelde van mannen die me – onterecht – verlaten hadden of die ik verlaten had (volkomen terecht, zeker die ene die rommelde met m’n ‘beste’ vriendin). Ik liep met katers in m’n hoofd die ik eruit wilde jagen. Ik liep als ik bij moest komen van ruzietjes die het navertellen niet waard waren. Ik liep als ik een teleurstelling had op school of werk, me bij de eerste kilometer afvragend hoe ik in GODSNAAM verder moest om er bij kilometer 10 achter te komen dat ik het allemaal veel te zwaar maakte. Ik liep om ideeën te krijgen, beslissingen te nemen, na te denken. Ik liep ook voor de gezelligheid, met vrienden en vriendinnen. Die soms vrienden en vriendinnen werden omdat ‘we zo goed samen konden lopen’. We voerden openhartige gesprekken over serieuze zaken als te moeilijke proefwerken, irritante meesters, grote verlangens, geheime liefdes en groeiende tieten. Praten terwijl je elkaar niet in de ogen hoefde te kijken maar waarin je alleen maar voor je uit hoefde te staren om ervoor te zorgen dat je niet op je bek met te grote tanden ging als de ander een heftig, mooi, ongelofelijk, grappig verhaal vertelde. Ik weet zeker dat we elkaar dingen vertelden die we zittend aan een tafel na 2 flessen wijn nog niet verteld zouden hebben. Bovendien dronk ik toen nog helemaal geen wijn, had ik hoogstens een paar druppels genoten van och heremejeetje: een Caneitje. Overigens noemen ze een dergelijke manier van samen lopen tegenwoordig: running therapy. Wat ontwikkeling al niet met ons doet.

Stem van binnenuit

Ik liep heel veel races, van de halve marathon van verlaten Purmerend tot en met de marathon van volgestouwd New York, van de Amsterdam Zuidse Bultenloop tot de hippe Nike Women 10k (spreek uit: ten-kee). Je moet een doelstelling hebben, zeggen ze. Eigenlijk is dat voor mij niet zo belangrijk. Er is maar 1 doelstelling: lopen. En dat doe ik nog steeds. Niet meer op bataatjes, maar op de nieuwste running shoes, waarbij gemeten is of ik overproneer of niet. Ik draag de nieuwste, meest hippe Nike outfits. Strak over billen en borsten waarmee het helemaal goed gekomen is in de jaren, zelfs na een zwangerschap. Maar Bata’s of Nike’s, het geeft wellicht extra comfort en ik voel me als een ‘urban hipster’ (terwijl ik dat niet echt ben), maar er is geen schoen die zegt dat ik moet lopen, die stem komt helemaal van binnenuit.
Ik werk nu al 9 jaar bij een sportmedisch centrum waar veel topsporters en sporters over de vloer komen, die latten leggen waar je AU tegen zegt.  Sporten stroomt door ons team, door ons pand, verbindt ons met elkaar en met onszelf. De een doet aan voetbal, de ander aan atletiek. Of hockey, kogelstoten, rolstoeltennis of dansen. En dan heb je ook nog de triatleten en ironmanners, wat een gekkenhuis. Ik ben onze behoefte om te bewegen steeds beter gaan begrijpen de afgelopen jaren. De drive die we hebben, de rust die het ons geeft in de onrust waar we in leven. Het samenzijn, samen beleven en samen bereiken van mijlpalen. Het zijn dingen waar we met z’n allen veel over praten.

Fit zijn, fit bijven

Ik ben van plan jullie in mijn verhalen mee te nemen in de verhalen van vrouwen (& mannen) over (sport)prestaties en mislukkingen, over niet fit zijn versus topfit zijn. Over verval en hoogtepunten. Over opstaan na zwangerschappen, over sporten terwijl je ook nog 30-40-50 uur werkt, kinderen glimlachend ophaalt, zwemlessen bijwoont, de oneindige was opvouwt en je ontspannen gezicht laat zien op feestjes. Over de wedstrijd om zo lang mogelijk zo fit mogelijk te blijven.
En hier nog een filmpje van sporters die sporten om het sporten, zonder opsmuk. Daar houd ik nou van: 

Over Renate Tromp

Renate Tromp (41) is founder & editor van Ambitious Mama.

Reacties

Meer artikelen uit ons netwerk

Volg ons!